CRS
Zorgprofessionals met patiënten die worden behandelt met moderne immuuntherapieën, kunnen te maken krijgen met het cytokine release syndrome (CRS). Zeker bij bispecifieke antilichamen is CRS een bekende bijwerking. Een bispecifiek antilichaam (vaak ook een bispecifieke T-cel engager genoemd) is een geavanceerd type kunstmatig antilichaam dat twee verschillende eiwitten (antigenen) tegelijkertijd kan binden. In de oncologie fungeert het als een ‘brug’ tussen het eigen immuunsysteem en de kankercel.
Het Cytokine Release Syndroom (CRS) is een heftige ontstekingsreactie van het immuunsysteem. Cytokines zijn eiwitten die als boodschappers werken in het afweersysteem. Bij deze moderne immuuntherapieën kan het immuunsysteem overprikkeld raken en komt er plotseling een enorme hoeveelheid cytokines tegelijk vrij in het bloed. Dit zorgt voor een kettingreactie van ontstekingen door het hele lichaam. Door orgaanfalen of een shock kan CRS levensbedreigend zijn.
Voor oncologieverpleegkundigen ligt de uitdaging niet alleen in het herkennen van CRS, maar vooral in het tijdig handelen voordat klachten ernstiger worden. Uit recent experimenteel onderzoek komt nu de vraag naar voren of CRS in de toekomst mogelijk deels kan worden voorkomen. Daarbij is voorzichtigheid op zijn plaats: het gaat nog nadrukkelijk om onderzoek en niet om bewezen preventieve zorg.
Wat merkt de verpleegkundige als eerste?
In de praktijk begint CRS vaak onschuldig. Een patiënt ontwikkelt enkele uren na behandeling koorts, voelt zich grieperig of klaagt over koude rillingen. Juist omdat deze klachten relatief aspecifiek zijn, is alertheid belangrijk.
Waar moet je als verpleegkundige op letten?
De essentie is trendbewaking. Let op veranderingen in temperatuur, bloeddruk, hartfrequentie en zuurstofsaturatie. Vergelijk met eerdere metingen en rapporteer koorts snel bij patiënten die recent een bispecifiek antilichaam hebben ontvangen.
Voorlichting maakt het verschil
Bespreek dat koorts altijd gemeld moet worden, welke symptomen kunnen wijzen op CRS en welk telefoonnummer dag en nacht bereikbaar is
Praktijkboodschap
Onderzoekers kijken steeds nadrukkelijker naar mogelijkheden om CRS niet alleen tijdig te behandelen, maar ook te voorkomen. Een veelbelovende onderzoeksrichting is het preventief toedienen van tocilizumab, een geneesmiddel dat de werking van IL-6 blokkeert. In een studie uit 2026 bij patiënten met multipel myeloom hing deze aanpak samen met een lagere incidentie van CRS tijdens de opbouwfase van de behandeling met bispecifieke antilichamen. Of deze strategie ook bij andere patiëntengroepen effectief en veilig is, moet nog verder worden onderzocht³
Hoewel onderzoekers kijken naar manieren om CRS in de toekomst mogelijk te voorkomen, ligt de grootste winst vandaag nog steeds bij de verpleegkundige aan het bed.
Belangrijke signalen voor de verpleegkundige, VSO en arts:
- Koorts
- Rillingen
- Vermoeidheid of plotselinge malaise
- Hoofdpijn
- Misselijkheid
- Kortademigheid
- Tachycardie
- Hypotensie
- Daling van de zuurstofsaturatie
Bronnen
- Browne EK, et al. Evidence-Based Recommendations for Nurse Monitoring and Management of Immunotherapy-Induced Cytokine Release Syndrome: A Systematic Review from the Children’s Oncology Group. Journal of Pediatric Oncology Nursing. 2022.
- Hamadeh IS, et al. Low Dose Tocilizumab for Mitigation of Cytokine Release Syndrome With T-Cell Engaging Bispecific Antibodies. Clinical Lymphoma, Myeloma & Leukemia. 2026;26(6)–e810. https://doi.org/10.1016/j.clml.2026.03.016
- Low Dose Tocilizumab for Mitigation of Cytokine Release Syndrome With T-Cell Engaging Bispecific Antibodies. Clinical Lymphoma, Myeloma & Leukemia. 2026;26(6):e802–e810.
NL-NP-2600020
